Er was eens…

“12 april 1894 – ’n Haastig luiden van de bel, draven van conducteurs en gillend fluiten, en sissend en dampend zette de locomotief zich hortend in beweging, telkens weer stilstaand, als de weg niet vrij was, voorzichtig om bij de vele treinen niet op elkaar te loopen. En telkens stoomden nieuwe locomotieven, met lange slieren lege wagens achter zich, voor het perron, om na enkele minuten, tot barstens toe volgeladen, met het luiden der bel weer plaats te maken voor nieuwe treinen. Maar de volte op ‘t perron bleef steeds even dicht en nam niet merkbaar af. Een zestigtal extra treinen liep gedurende dien dag van Amsterdam en Rotterdam naar Haarlem, volgetast, opgepropt.”

Deze passage komt uit ‘Herinnering aan het Bloemen-corso’, een terugblik op het Haarlemse corso in 1896. De populariteit van het bloemencorso van Haarlem aan het einde van de negentiende eeuw is iets waar menig corso-organisatie van tegenwoordig jaloers op zal zijn. Corso’s zijn er al heel lang. Maar waar komen ze vandaan? Wie komt er op het idee om een optocht te houden van wagens vol bloemen?

Door Miranda Eiting

Optochten kennen een lange historie. Denk maar eens aan religieuze processies of pelgrimstochten, aan militaire parades of intochten. Ook bij begrafenissen en bruiloften is het houden van een optocht al eeuwenlang onderdeel van de plechtigheid. Tekeningen in de piramiden in Azië, Mexico en Egypte tonen dat optochten al duizenden jaren onderdeel zijn van onze tradities. Ook de oude Grieken en de Romeinen hielden optochten. In feite zou je zelfs de jachtrituelen van onze voorvaderen als een optocht kunnen beschouwen.

De Grieken haalden jaarlijks Bacchus binnen op een scheepswagen. Het verhaal gaat dat deze wagen in de loop der tijd de naam Carrus Navalis kreeg.

De Grieken haalden jaarlijks Bacchus binnen op een scheepswagen. Het verhaal gaat dat deze wagen in de loop der tijd de naam Carrus Navalis kreeg.

Een belangrijk keerpunt in de ontstaansgeschiedenis van corsowagens vinden we in de Middeleeuwen in Spanje. Op belangrijke feestdagen was het gebruikelijk dat er in de kerk Mirakelspelen en Passiespelen werden opgevoerd. De spelen werden steeds populairder en verplaatsten zich naar het terrein rond de kerk of naar een groter centraal gelegen terrein van de stad. Om de grote aantallen bezoekers het verhaal te kunnen vertellen werd hetzelfde toneelstuk steeds op een ander punt in de stad opgevoerd, daarom werden verplaatsbare decors gebouwd. In navolgende edities van het evenement werden meerdere rondtrekkende podiumwagens gebruikt en werd op ieder podiumwagen een deel van het (bijbel)verhaal verteld.

De optochten waren enorm populair en werden door de kerken in heel Europa overgenomen. Zo was er in Antwerpen in 1398 al een processie met wagens waarop stomme vertoningen werden gegeven. Ook bij de ommegang van 1413 in Bergen op Zoom werden wagens gebruikt. Het duurde dan ook niet lang voordat de wagens in vele processies en optochten in Nederland en België opdoken. In Noord-Frankrijk werd aan de optochten zelfs een wedstrijdelement toegevoegd. Een voorbeeld hiervan is het Jeux sur Cars 1490 in Arras.

De populariteit van de optochten nam af toen de mensen leerden lezen en ze de bijbelverhalen dus gewoon uit het boek zelf konden halen, in plaats van uit een afbeelding op een wagen. Deze oeroude optochten vormen echter wel de basis van de hedendaagse stoeten, zoals de carnavalsoptochten en ook de corso’s.

Het Carnaval van Nice

Tijdens het Carnaval in Nice 1875 reed de wagen 'Ratapignata' door de straten
Tijdens het Carnaval in Nice 1875 reed de wagen ‘Ratapignata’ door de straten

De stad Nice in Frankrijk kent een rijke carnavalstraditie. Niet alleen het volk, maar ook de adel trok in groten getale naar Nice om zich een paar dagen lang over te geven aan de Lentefeesten. De invloeden van het Italiaanse carnaval zorgden ervoor dat de feesten een gedaanteverwisseling ondergingen. Vanaf 1830 werd een parade aan de carnavalsfeesten toegevoegd. Later kwam er ook een wedstrijdelement bij. De eerste wagens waren gemaakt in een allegorische stijl, en werden ook wel met bloemen versierd.

Tot in 1875 een nieuw concept zijn intrede deed. De wagen ‘Ratapignata’ was een replica van een burcht met zo’n veertig levensechte vleermuizen, omringd door een wolk van kalk. Hoewel de wagen een verpletterende indruk had gemaakt op zowel het publiek als de organisatie, won ze niet de eerste prijs. Diverse bestuursleden namen afstand van hun taken en de organisatie werd letterlijk in tweeën gespleten. In 1876 ontstonden dan ook twee nieuwe evenementen: de carnavalsparade en het bloemencorso (‘La bataille des fleurs’, letterlijk de strijd van de bloemen). Beide evenementen worden tot op de dag van vandaag in Nice georganiseerd.

De carnavals- en corsostoeten blijken dezelfde wortels te hebben.

Winnaar van het corso in Pasadena 1890
Winnaar van het corso in Pasadena 1890

Ter promotie van het prachtige Pasadena (bij Los Angeles in Californië, VS) zocht een groep vooraanstaande leden van de Valley Hunt Club naar een bijzonder evenement. Toen een van de leden de aandacht vestigde op de bloemen die vanwege het gunstige klimaat in Californië altijd bloeien, merkte Dr Francis Rowland op dat zijn vrouw net terug was gekomen van een bezoek aan ‘La Bataille des Fleurs’ in Nice. “Laten we ons evenement het Festival of Roses noemen.”

De eerste parade wordt gepland op de eerste dag van 1890. De Pasadena Rose Parade, het grootste corso ter wereld, vindt tot op heden plaats op 1 januari. Ter ere van de kroning van King Edward VII volgt ook Jersey in de voetsporen van Nice. Op 9 augustus 1902 wordt daar de eerste Battle of Flowers gehouden.

Blankenberge is het oudste nog rijdende corso van de lage landen

Ook in de lage landen  duiken de eerste corso’s op. Zo wordt in Haarlem een jaarlijks bloemencorso gehouden. In 1896 verschijnt zelfs een van de eerste corsoboeken: ‘Herinnering aan het Bloemen-corso’.

In 1895 wordt er in Blankenberge een ‘Corso Fleuri’ georganiseerd.  De deelname was voorbehouden aan kinderen met versierde en bebloemde karretjes, kruiwagentjes, emmertjes, schoppen en hoepels en aan dames en juffrouwen met bebloemde zonneschermen die voor een jury een bloemstuk hadden gemaakt. De tweede ‘Corso Fleuri’ volgde op 4 september 1896 en had werkelijk alle ingrediënten van de latere stoeten: verklede kinderen die bloemen wierpen, kleurrijk aangeklede groepen, grote en kleine bloemenwagens door kinderen of door paarden getrokken, bebloemde fietsen, opgetooide paarden, pony’s … en de stoet voorafgegaan en afgesloten door een muziekkorps.

In 1897 wordt ook in Winterswijk als onderdeel van de volksfeesten voor het eerst een wieleroptocht met bloemencorso gehouden, daarmee is het bloemencorso van Winterswijk vermoedelijk het oudste nog rijdende corso van Nederland.

In 1898 maakt het fenomeen bloemencorso een groeispurt door. Dat jaar worden ter ere van de achttiende verjaardag en de kroning van koningin Wilhelmina in diverse plaatsen bloemencorso’s georganiseerd. Er rijden bloemencorso’s in Amsterdam, Groningen, Den Haag, maar ook in talloze kleinere plaatsen zoals Winterswijk en Lichtenvoorde.

Het bloemencorso van Winterswijk, 1898
Het bloemencorso van Winterswijk, 1898

Winterswijk en Lichtenvoorde zijn de enige evenementen uit die periode waar (ondanks onderbrekingen) nog steeds jaarlijks een bloemencorso door de straten trekt. Overigens was het koninklijk huis ook in de decennia daarna aanleiding voor het ontstaan van diverse corso’s. Zo werd in 1909 in Aalsmeer het eerste corso gehouden ter gelegenheid van de geboorte van Juliana. In 1936, precies 75 jaar geleden, kwam in Zundert ene Pieter van Ginneken, wethouder en boomkweker, op het idee om de Oranjefeesten nieuw leven in te blazen door een corso te organiseren. En de rest is geschiedenis.

Literatuur

Er is veel literatuur verschenen over corso’s en stoeten in het algemeen. Bij dit artikel is o.a. gebruik gemaakt van de volgende boeken:

Harman, H. (1930). Decorated and Advertising Vehicles. Blenford Press Ltd.
Sidro, A. (1993). Carnival in Nice. Nice: Serre Editeur.
Vaughn, L. F. (1956). Vaughn’s Parade and Float Guide. Minneapolis
U.S.A.: The Brings Press.